|
Home Tuintips Huishoudelijke tips van A tot Z Vlekkengids Woomcomfort Tips voor in de keuken The body Juridische tips Huisdieren & ongedierte Prikbord Downloads Link Titulatuur Woordenboek |
Kruiden in de keuken
Alsem, absint (Artemisia absinthium)
Van deze plant werd vroeger de bekende absintlikeur gestookt. Het is nog steeds een bestanddeel van vermout. Artemisia absinthium is een vaste plant uit Europa en Siberi?. Hij kan gemakkelijk 150 cm hoog worden en moet op een onderlinge afstand van 40 ? 50 cm geplant worden. De vermeerdering gaat het gemakkelijkst door middel van scheuren. De smaak van de plant is erg bitter; alsem wordt dan ook, behalve bij bepaalde wildschotels zoals gans en wild zwijn, weinig in de keuken toegepast. Anijs (pimpinella anisum) Anijsmelk is een ouderwetse, oer-Hollandse warme drank voor de winterse dagen. Behalve voor het maken van anijsmelk kunnen de zaden, die in de nazomer rijp zijn, ook gebruikt worden in koolsoorten (zaden eerst fijnwrijven), zure appelgerechten, pudding, rijst, anijskoekjes, in gestoofde vruchten, melkdranken, zoete broodjes,en muisjes. Ook worden ze wel gebruikt bij de inmaak van augurken. De teelt van dit met witte schermen bloeiende plantje is erg eenvoudig. We zaaien in april buiten op een zonnig, droog plekje. De zaden kiemen langzaam, drie tot vier weken is heel normaal. In verband met de kans op smeul (wegrotten van planten) is tijdig en ruim dunnen noodzakelijk. Elk plantje heeft wel 15 ? 20 cm ruimte om zich heen nodig. Zodra de zaden rijp zijn (de binnenste zaden zijn het eerst rijp) is oogsten noodzakelijk, want ze vallen gauw op de grond. Dit plantje komt in het wild voor op Cyprus. Aromazout Te gebruiken in: in slaatjes, soepen, sausen, jus. Barbecuekruiden Te gebruiken in: (kruidenmengsel met lichte rooksmaak) toevoegen aan vlees, gevogelte, vis, bonen. Bazielkruis (Ocimum basilicum) In Azië werd bazielkruid al duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling gekweekt. Maar ook in Europa doet dit kruid zich al vele eeuwen gelden. Dit 30 ? 50 cm hoge plantje uit de lipbloemenfamilie kan zeer eenvoudig uit zaad worden opgekweekt. Het best kan dit in een kamerkasje gebeuren (begin april bijvoorbeeld). Buiten zaaien kan pas eind mei, want bazielkruid heeft voor zijn ontwikkeling veel warmte nodig. De kiemduur is lang, maar als het zaad na 6 tot 8 weken nog niet gekiemd is, lijkt er wat mis. De plantjes hebben zo'n 20 cm nodig om zich te kunnen ontwikkelen. De bazielkruidblaadjes kunnen worden meegekookt bij verschillende groenten (vooral bonen en koolsoorten)! soepen en sausen, vlees- en visgerechten, eieren, macaroni, bonen, kip en vis, kruidenazijn en inmaakazijn. Voor de siertuin is de donkerkleurige cultivar Ocimum basilicum 'Dark Opal' te gebruiken. Bieslook (Allium schoenoprasum) Bieslook mag eigenlijk in geen enkel kruidentuintje ontbreken. De holle blaadjes hebben een vrij zachte uiensmaak en ze kunnen worden toegevoegd aan rauwkostschotels, slaatjes, soepen, vis en varkensvlees. Ook in fonduesauzen is wat bieslook erg smakelijk. Bieslookblaadjes worden niet meegekookt. De planten kunnen zowel door zaaien als door scheuren worden vermeerderd. Zaaien doen we in maart-april buiten. Scheuren kan eigenlijk het hele jaar door plaatsvinden. Bieslook houdt van een vochthoudende gronden is volkomen winterhard. Om 's winters ook over verse bieslookblaadjes te kunnen beschikken, kunnen in september pollen worden opgerooid en in een pot worden gezet. Op een lichte, koele plaats kunnen zulke planten dan aan de groei worden gehouden. Regelmatig water geven. Bieslookplanten bloeien erg fraai met lila roze, bolvormige bloeiwijzen, die veelvuldig door bijen en hommels worden bezocht. Vooral dit fijnbladig bieslook, dat ook wel uiegras wordt genoemd, is tevens een gewaardeerde sierplant. Als u het alleen als keukenkruid kweekt, doet u er goed aan de bloeistengels steeds weg te nemen. Bijvoet (Artemisia vulgaris) Bijvoet is een in onze streken algemeen voorkomende, zeer sterke vaste plant. Hij kan op sommige plaatsen wel bijna twee meter hoog worden. De toppen van de bloemstengels worden geoogst, voordat de geel tot roodbruin gekleurde bloempjes zich openen. Deze topjes worden gebruikt als toekruid in soepen en sauzen bij wild en vleesgerechten. Bijvoet kan in de kruidentuin gekweekt worden, maar ook in het wild worden verzameld. Zaaien in het vroege voorjaar gaat uitstekend. Grote planten kunnen vrij gemakkelijk worden gescheurd. De plantafstand mag zeker wel 50 cm bedragen. Borage, Bernagie (Borago officinalis) Als u eenmaal wat Borago-plantjes in uw tuin heeft, raakt u ze niet meer kwijt; ze zaaien zich zelf namelijk zeer spontaan uit. Zaaien kan van het vroege voorjaar tot het eind van de zomer. Verplanten wordt echter slecht verdragen. De schitterende blauwe bloemen van deze wel 100 cm hoog groeiende plant ontvangen veel insektenbezoek, vooral bijen en hommels. Men oogst de zeer jonge blaadjes en voegt ze toe aan kropsla om een komkommerachtige smaak te krijgen. Ze worden ook rauw gebruikt bij sperziebonen, slaatjes, vruchtensla en -moes, bietjes en koolsoorten. Men kan bernagie ook tot 10 ? 15 cm hoog op laten groeien en het dan geheel afsnijden en als spinazie eten. Gestoofd wordt het door sommige mensen hooglijk gewaardeerd. Deze soort wordt ook nog wel komkommerkruid genoemd. Brandnetels Je kan er thee van maken door 1 theelepel gekneusde bladeren te overgieten met een kop kokend water.Laat niet langer dan vijf minuten trekken. Je kan de gedroogde blaadjes met een elektrisch molentje fijn malen tot poeder. Een halve theelepel is voldoende voor 1 kop soep. Het poeder kan je ook mengen met aardappelpuree. Denk er wel aan dat de fijngemalen poeder heel geconcentreerd is. Gebruik het met mate. Brandnetelts drogen Pluk de brandnetels als ze drie centimeters groot zijn. Mochten ze meer uit de kluiten gewassen zijn, pluk dan alleen de toppen. Droog ze warm , donker en luchtig. Bewaar ze in een bruine papieren zak.Zo blijven ze ongeveer een jaar goed. Cayennepeper (gedroogde en gemalen scherpe soort spaanse peper) in pikante gerechten. Chilipoeder (mengsel van pep?rs, oregano, komijn en knoflook)in sausen voor cocktails en in vlees-, vis- en eiergerechten. Citroenmelisse (Melissa officinalis) Sinds de l0e eeuw is de citroenmelisse in cultuur. De Arabieren komt de eer toe deze plant als eerste te hebben gekweekt. Oorspronkelijk is deze sterk naar citroen geurende vaste plant afkomstig uit het oostelijk deel van het Middellandse-Zeegebied en Azi?. De plant is echter in vele delen van Europa verwilderd. De witte tot vleeskleurige bloemetjes zijn weinig opvallend. Goed groeiende planten kunnen maximaal 75 tot 100 cm hoog worden. De cultuur is erg eenvoudig. Zowel zaaien (april in koude bak en mei buiten) als scheuren lukt uitstekend. De planten houden van een voedzame, niet te droge grond. Lichte schaduw wordt goed verdragen. De plantafstand van deze sterk groeiende planten moet minstens 50 cm bedragen. De blaadjes moeten droog geoogst worden. Ze worden gebruikt in bowl, maar ook in lichte suasen, soepen en bij vlees-, vis en champignongerechten. Ten slotte moet nog vermeld worden dat de citroenmelisse een geliefde bijenplant is. Dessertblad (Malva verticillata) Dessertblad is geen echt keukenkruid. Toch komt deze plant nogal eens in kruidentuintjes voor. De fraaie, frisgroene en sterk gekrulde bladen doen dienst om fruitschalen te versieren. Vergelijk dan ook de naam dessertblad. Malva verticillata is oorspronkelijk inheems in de Sovjetunie, maar komt op vele plaatsen verwilderd voor. Sinds 1575 is deze plant in Engeland in cultuur. Dessertblad wordt wel een siergroente genoemd. De bloemen (klein, witachtig en in veelbloemige bundels) verschijnen in zomer en nazomer. De cultuur is zeer eenvoudig. Zaaien doen we in april-mei op een beschutte plaats. Dat laatste is wel nodig, want deze planten kunnen wel twee meter hoog worden. Uitdunnen op +/- 40 cm is voor een goede ontwikkeling van de planten gewenst. Dille (Anethum graveolens) Dille werd in lang vervlogen tijden (Egyptenaren) gebruikt als een probaat middel tegen hoofdpijn. Ook was dille een plant die geluk bracht: dille en zout in detas van de jonge bruid leidde tot een zeer gelukkig leven. Tegenwoordig is dille een keukenkruid. De jonge blaadjes worden gebruikt in slaatjes, bij komkommer, tomaten, in sauzen (dillesaus), verschillende groenten, vis, kool, en bij bepaalde vleesgerechten. De zaden worden wel in zuurkool verwerkt. Het is een toekruid en mag dus niet worden meegekookt Dille moet direct ter plaatse worden gezaaid, want verplanten lukt niet best. Van april tot in juni kan dat gebeuren. Zaaien op rijen (30 cm afstand) en dunnen op 20 cm is voor deze tot 100 cm hoge plant het best. Dille en venkel lijken erg veel op elkaar. Ze zijn dan ook zeer nauw aan elkaar verwant. De bloemschermen van dille zijn echter bol en van venkel eerder hol van opbouw. Dille is, behalve een prima keukenkruid, ook een fraaie sierplant. Bovendien zegt men dat luizen aan dit kruid een hekel hebben en dat ze daarom in de buurt van tuinbonen moeten worden geplant, om deze te vrijwaren van de gevreesde zwarte boneluis. Dragon (Artemisia dracunculus) Volle zon en niet te natte grond zijn voorwaarden voor het slagen van de dragoncultuur. Deze vaste plant is afkomstig uit Centraal- en Zuid-Rusland en Siberi?. Ook bij dit gewas zijn het weer de Arabieren geweest die het in cultuur hebben genomen. Dragon kan gebruikt worden bij het inleggen van augurken en uitjes. Het is een bestanddeel van kruidenazijn, soepen, in vlees-, vis-, eiergerechten en wordt soms ook gebruikt als toekruid bij salade. Zogenaamde Russische dragon kan worden gezaaid. Het heeft een zachtere smaak. Plantdragon kan door scheuren worden vermeerderd; de plant vormt nl. vele uitlopers. Echte Marjolein (Majorana hortensis, Origanum majorana) Deze marjoleinsoort komt uit Zuid-Europa en is daar overblijvend. In onze streken wordt dit plantje echter eenjarig gekweekt. De vermenigvuldiging van dit bekende keukenkruid vindt dan ook door zaaien plaats. We zoeken daar een zonnig, onkruidvrij plaatsje voor uit. Buiten zaaien doen we in mei. In een bakje of onder een kweekkapje kan het al in april. Bij het uitplanten of uitdunnen houden we een onderlinge afstand van 15 cm aan. Men gebruikt de toppen van de stengels (zowel vers als gedroogd) voor het kruiden van vleessoorten, (vooral gans en eend), worst, soepen (schildpadsoep) sauzen en salades en voor het kruiden witte bonen en in tomatengerechten. Echte Salie (Salvia officinalis) Saliemelk (denk aan Jan Salie) is een oud-Nederlandse drank die verkregen wordt door de blaadjes enige tijd in de melk mee te laten koken. Voor het overige is het veeleer een geneeskrachtige plant (kruidenwijn). Ook werd het wel gebruikt bij nierkwalen, diarree en scheurbuik. Als tuinplant heeft Salvia officinalis een vrij grote betekenis. Dit halfheestertje heeft mooi grijsachtig blad en violetblauwe lipbloemen, die door bijen worden bezocht. Vermeerderen door stekken in september-oktober onder koud glas. Een lichte bedekking van sparretakken is in een strenge winter aan te bevelen. Te gebruiken in: (blaadjes, vers of gedroogd) in sausen bij vlees en vis, in saliekoekjes van gistbeslag, saliemelk, in inmaak in azijn en kruidenazijn. Eenjarig bonenkruid (Satureja hortensis) Eenjarig bonenkruid is, evenals het zgn. winterbonenkruid, een mediterraan gewas. Men kan de zaden het best aan de grond toevertrouwen gedurende de tijd dat de eerste bloemen aan de tuinbonen verschijnen. Tuinbonen en bonenkruid horen immers onverbrekelijk bij elkaar. We zaaien dit plantje bij voorkeur op rijtjes die 15 cm uit elkaar liggen. Iets dunnen kan aanbeveling verdienen. Bonenkruid stelt niet zulke extreme eisen aan de grond. Een zonnige standplaats is echter noodzakelijk. Men oogst de jonge blaadjes en steeltjes en gebruikt deze behalve bij tuinbonen, ook bij andere bonen en peulvruchten. Ook gekookte vis smaakt beter met een enkel blaadje bonenkruid. Vroeger werd dit kruid ook veel gebruikt bij het inmaken in het zout, kapucijners, (gestoofde) tomaten, eiergerechten; in inmaak in azijn en kruidenazijn Engelwortel (Angelica archangelica) Engelwortel is een grove plant met grote bladeren en dikke stelen uit de familie der schermbloemigen. Deze plant heeft veel ruimte nodig en is daarom minder geschikt voor de kleine kruidentuin. Engelwortel heeft een rol gespeeld bij de geneeskunde en ook in de veeartsenijkunde. De waarde als keukenkruid is niet erg groot. Stengels en wortelsikunnen worden meegekookt met rabarber, waardoor de wrange en zure smaak verdwijnt. Er wordt olie uit verschillende delen van de plant geperst; deze olie wordt gebruikt voor de likeurbereiding. De planten kunnen zowel in het voorjaar als in de nazomer worden gezaaid op een zaaibedje. Ze moeten later worden uitgeplant op een onderlinge afstand van :t 1 meter en kunnen 2 meter hoog worden. Foelie in soepen en sausen, in gestoofde vis, in gekruide wijn en slempmelk. Gemberpoeder of djah? (bestanddeel van kerrie en soms van koekkruiden) in rijsttafelgerechten, in mosterdzuur, varkensvlees, chutney, gekruide koek en gebak. Grof Bieslook, Pijplook (Allium fistulosum) De cultuur van dit grove bieslook komt overeen met het meer bekende fijne bieslook. Allium fistulosum is in alle delen grover en kan ook voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. De smaak van grof bieslook is wel aanmerkelijk scherper dan van fijn bieslook. De laatste wordt dan ook veel meer gekweekt. Allium fistulosum is in het wild onbekend, maar is in Oost-Azi? al eeuwen in cultuur en heeft witachtige bloemen. Hop (Humulus lupulus) Sedert de achtste eeuw is hop al in Duitsland in cultuur. Duitsland is met o.a. de Verenigde Staten en Engeland, nog steeds een belangrijke hopproducent. De hop komt ook in het wild vrij veelvuldig voor. In Belgi? echter meer dan in Nederland. Het is een tweehuizige plant. Aan de vrouwelijke planten ontstaan de vruchten (eivormige kegels), die hopbellen worden genoemd. Op die schubben en schutblaadjes bevinden zich kliertjes die een bittere stof afscheiden (Iupiline). Deze stof wordt in de bierbrouwerij gebruikt als smaakgevend en conserverend middel. In onze moestuin is hop vooral bruikbaar als windkering (doelmatig en decoratief). Bij tuincentra zijn soms hopplanten te koop; ze worden op onderlinge afstanden van 50 cm aan hoge staken of aan kippegaas opgekweekt. De oogst van de hopbellen vindt plaats in september-oktober. Hysop (Hyssopus officinalis) Van hysop gebruikt men als regel slechts zeer kleine hoeveelheden bebladerde stengeltopjes. De smaak is namelijk vrij sterk en zeer apart. Als keukenkruid wordt hysop hoofdzakelijk vers gebruikt, hoewel de smaak in gedroogde toestand goed bewaard blijft. Gevogelte en wild worden v??r het braden met hysop ingewreven. Ook bij vette vlees- en eiergerechten wordt graag wat hysop gebruikt, evenals in rago?ts en op verse tomaten. Hysop hoortthuis in Zuid-Europa en Perzi? en is, zoals zoveel kruiden, waarschijnlijk al sinds de oudheid in cultuur. Behalve keuken- en geneeskruid (tegen bronchitis en astma) is hysop ook een zeer fraaie sierplant. De tot 60 cm hoge, aan de basis enigszins houtige plant, bloeit in de zomer rijk met blauwpaarse, naar ??n zijde gekeerde schijnkransen. Een aparte attractie wordt gevormd door de vele bijen en vlinders die een bezoek aan de bloemen brengen. Hysop kan zowel door zaaien (april buiten), scheuren (voorjaar) als stekken (stek met hieltje in oktober) worden vermeerderd. Jeneverbes in zuurkool, wild en gevogelte Kamillen Zijn een goed schoonheidsmiddel en geneeskrachtig. Kaneel (bestanddeel van koek- en speculaaskruiden) in nagerechten, koek, gebak, rode kool. Kaneel of kassia
Waarschijnlijk weet u allang dat er in de hele wereld onvoldoende vanille wordt geproduceerd om alles wat daarnaar moet smaken te aromatiseren. Daarom is er - weinig - goede vanille op de markt en heel veel slechte, en heel veelsynthetische (vanilline) die veel platter smaakt. En dan is er ook nog valse, van planten die een vanille-achtige smaak hebben. Iets dergelijks heb je ook met kaneel. Er is echte kaneel en valse kaneel. Wat je in de supermarkt koopt, is valse, kassia geheten. Zelfs al zijn het stokjes en denk Je het echte product te pakken te hebben. Ze zetten dat er ook met op. Vroeger was dat in Nederland verplicht, maar in de Verenigde Staten hebben ze zich van dat onderscheid nooit veel aangetrokken en nu is die contaminatie ook tot ons doorgedrongen. Zijn ze dan niet gewoon uitwisselbaar? Nee, beslist niet, zelfs al zweren ze in veel landen bij kassia. Kassia heeft een sterkere, wat grovere geur en is goedkoop. Echte kaneel is zachter, maar ook rijker van smaak en mist de hardheid van kassia - en is duurder. Dat laatste is natuurlijk de crux. Hoe zijn die twee uit elkaar te houden? Heel eenvoudig. Kassia is de complete dikke bast van de takken van een van de boomsoorten die kassia leveren, familie van de echte kaneel. Wat je ziet, is een stuk los omgekrulde bast dat zo dik is als karton. De krul haalt op doorsnede meestal maar net anderhalve cirkel. Echte kaneel, van de kaneelboom (cinnamomum verum), is een heel dun geschilde onderlaag. Een stokje bestaat altijd uit veel dicht opgerolde papierdunne lagen. De grote specerijen handelaars die aan de supermarkten leveren, trekken zich er niet veel van aan dat ze valse kaneel als echte verkopen. Het mag, dus doen ze het. Niettemin zijn er nog altijd handelaren en importeurs die wel hun best doen. Een specialist als Vanilla Venture natuurlijk, die vooral aan de horeca levert en aan enkele delicatessenzaken, maar ook het uitstekende kruidenmerk Sonnentor (dat beide soorten levert!) En dan zijn er nog andere, kleine merken, meestal niet Nederlands maar bijvoorbeeld Spaans. In de culinaire praktijk maakt het niet altijd wat uit. In stevige, hartige gerechten zoals curry's kan kassia zijn werk ook wel doen, maar wie stoofpeertjes of vruchtencompote wil aromatiseren, is met het lieflijke echte kaneel beter uit. En dan wat voor kaneelijs doorgaat: is dat ijs bruin, dan is er met gemalen spul gewerkt en verraadt de hardheid van de smaak dat het kassia was. Maar is het ijs wit gebleven, dan zijn er stokjes gebruikt; die laten geen kleur los, alleen smaak. En hoewel er ook dan met kassia kán zijn gewerkt, is er wat meer kans dat het echte kaneel betreft. Maar gemalen, dat is bijna altijd huilen met de pet op. Johannes van Dam Karwij, Kummel (Carum carvi) Al meer dan 3000 jaar voor.het begin van onze jaartelling werd karwij gebruikt ter bestrijding van maagen darmkwalen. Van de olie uit de zaden wordt, samen met brandewijn, een soort likeur ('kummel') gemaakt. Karwijzaad wordt in kleine hoeveelheden ook gebruikt bij het kruiden van groene kool en zuurkool. Jonge blaadjes kunnen worden gebruikt in soepen, sauzen en aardappelpuree.(zaden 1/4 u. weken), zuurkool, in kaasgerechten en in brood en koeken. Karwij houdt van een kleiachtige grond en is tweejarig. Het jaar waarin gezaaid wordt (mei, buiten ter plaatse) kan dus alleen blad worden geoogst. Het tweede jaar, na de bloei (schermvormige witte bloeiwijzen). kan het zaad worden geoogst. Karwij kan wel 100 cm hoog worden en moet op ongeveer 30 cm afstand worden gekweekt. Kattekruid (Nepeta cataria) Kattekruid is een weinig toegepast keukenkruid dat in zeer kleine hoeveelhed~n (blaadjes) kan worden toegevoegd aan salades. Deze eenjarige plant is erg eenvoudig te kweken. Hij wordt in de periode april-juni gezaaid op een zonnige plaats. Dit kruid kan wel 75 cm hoog worden en vraagt voor een goede groei voldoende ruimte (40 ? 50 cm). De wit met roze lipbloemen staan in schijnkransen rond de vierkante stengel. De bloemen worden intensief door bijen en andere insekten bevlogen. Kerrie (mengsel van kruiden) in soepen, sausen, bij vlees, gevogelte, vis, in rijsttafelgerechten. Kervel (blaadjes, vers of gedroogd, zachte anijssmaak) is een toekruid*. In slaatjes, vooral komkommersla, in soepen, in sausen bij vlees, vis en eieren, in eiergerechten. Bestanddeel van ravigotekruiden. Kervel (Anthriscus cerefolium) Het lijkt wel of we met een varen te maken hebben, als we voor het eerst kervel zien. De anijsachtige geur van dit blad brengt ons al snel tot andere en betere gedachten. Kervel is een zeer geliefde kruiden plant, die eigenlijk in geen enkel kruidentuintje mag ontbreken. Men maakt er wel kervelsoep van, maar het kan ook rauw aan allerlei salades, eier-, vlees-, vis- en kipgerechten worden toegevoegd. Als u gedurende een lange periode over jonge, verse blaadjes wilt beschikken, kunt u het best de zaaitijd spreiden. Begin eind maart en ga door tot begin september. Na 6 ? 8 weken kan al geQogst worden. Voorkom dat de plant gaat bloeien. Kervel groeit in wat schaduw nog uitstekend en geeft de voorkeur aan tamelijk vochtige grond. Kervelplanten kunnen op een zeer lichte en koele plaats ook met succes binnenshuis worden opgekweekt. Keuken kruidenwijzer *Soepen *Aspergesoep dillezaad, majoraan, nootmuskaat, rozemarijn en tijm *Bouillon basilicum, dragon, foelie, laurier en tijm *Bonensoep bonenkruid, basilicum, laurier, majoraan, oregano en salie *Campignonsoep bieslook, borage, tijm, karwij, citroenmelisse en rozemarijn *Erwtensoep bonenkruid, basilicum, dragon, majoraan, rozemarijn, salie en tijm *Groentesoep basilicum, bonenkruid, dragon, kervel, lavas en rozemarijn *Goelashsoep lavas, peterselie, knoflook, paprika *Kipensoep basilicum, foelie, majoraan, kervel, piment en tijm *Toematensoep basilicum, bieslook, lavas, tijm, dragon en majoraan *Vissoep bieslook, dragon, venkel, laurier, safraan en tijm *Uiensoep peterselie, kervel, en knoflook *Vermicellisoep bieslook, borage, dille, foelie, lavas, rozemarijn en venkel *Preisoep bieslook, bijvoet, citroenmelisse, lavas en peterselie *Vleesgerechten kervel, tijm, mostermeel, peterselie, koriander en waterkers *Gehakt basilicum, oregano, tijm, mostermeel, foelie, majoraan en rozemarijn *Goulash basilicum,paprika, dragon, dillezaad, foelie, majoraan en tijm *Kalfsvlees basilicum, borage, citroenmelisse, kervel, majoraan en salie *Lamsvlees munt, basilicum, kervel, tijm, piment en rozemarijn *Rundvlees tijm, selderij, majoraan, koriander, oregano en rozemarijn *Varkensvlees majoraan, mostermeel, oregano, salie, rozemarijn en tijm *Lever laurier, salie, tijm en peterselie *Hach? kruidnagel, laurier, oregano, tijm, rozemarijn en mosterdmeel *Rago?t bonenkruid, foelie, laurier, piment en lavas *Wild en gevogelte *Kip majoraan, dragon, oregano, koriander, foelie en paprika *Eend anijszaad, salie, peterselie, gemberpoeder, salie en kummel *Kalkoen basilicum, majoraan, kummel, rozemarijn en dillezaad *Fazant oregano, paprika, selderij, tijm en rozemarijn *Konijn jeneverbes, laurier, oregano, piment, tijm en lysop *Haas jeneverbes, kruidnagel, oregano, tijm en hysop *Kaas - eieren *Kaasgerechten kummel, oregano, kervel, bieslook en peterselie *Kwark bieslook, oregano, kervel, komijn en peterselie *Omeletten bieslook, kervel, selderij, citroenmelisse, rozemarijn en majoraan *Roereieren bieslook, kervel, borage, peterselie, tijm , rozemarijn en majoraan *Visgerechten *Forel peterselie, laurier en citroenmelisse *Garnalen / rago?t chilipoeder, oregano, selderij en venkel *Gebakken vis mosterdmeel, dragon, dille, citroenmelisse en rozemarijn *Gestoofde vis venkel, tijm, laurier, rozemarijn, salie en wijnruit *Mosselen / Zeebanket foelie, oregano, selderij, tijm, peterselie, venkel en wijnruit *Gegrilde vis tijm, koriander, kardenon, venkelzaad en rozemarijn *Vis marinades laurier, tijm, rozemarijn en koriander *Kreeft peterselie, kervel, dragon, laurier en mierikswortel *Paling / aal citroenmelisse, tijm, peterselie, laurier en salie *Sausen *Barbecuesuas paprika, gember, basilicum, knoflook, tijm en uievlokken *Bloemkoolsaus koriander, kruizemunt, oregano en nootmuskaat *Mosterdsaus mosterdmeel, venkel en citroenmelisse *Tomatensaus laurier, basilicum, bieslook, dragon, lavas en rozemarijn *Slasaus kervel, peterselie, dille, citroenmelisse, bieslook en borage *Kruidensaus dragon, peterseliewortel, kervel en pimpernel *Vissaus bieslook, dillezaad, laurier, piment, peterselie, tijm en venkel *Kaassaus bieslook, kummel, dillezaad en tijm *Kerriesaus bieslook, safraan, foelie encayennepeper *Mayonaise bieslook, dille, dragon, kervel, waterkers en peterselie *Groenten *Auberginus basilicum, oregano, kervel, salie, rozemarijn en paprika *Andijvie nootmuskaat, peterselie en koriander *Bonen bonenkruid, dille, majoraan, tijm, rozemarijn, bieslook, kerrie en lavas *Bieten dillezaad, dragon, kummel, salie, tijm, koriander en borage *Bloemkool foelie, dillezaad, nootmuskaat, dragon, kummel en kervel *Champignons dragon, kervel, koriander, peterselie, majoraan en rozemarijn *Doperwten basilicum, kervel, majoraan, peterselie en boneruid *Witlof basilicum, kervel, majoraan, peterselie en bonenkruid *komkommer dragon, majoraan, bieslook, karwij, koriander en peterselie *Linzen bonenkruid, oregano en paprika *Aardappelsalade / -puree bieslook, kervel, dragon, peterselie, basilicum, borage en lavas *Selderij majoraan, salie en venkelzaad *Sla borage, basilicum, bieslook, citroenmelisse, kervel, tijm, peterselie, rozemarijn, dille en dragon *Snijbonen bieslook, bonenkruid, nootmuskaat, borage en bijvoet *Sperziebonen bonenkruid, borage, bieslook en nootuskaat *Spinazie laurier, basilicum, dragon, koriander en munt *Spruitjes salie, nootmuskaat, peterselie, citroenmelisse en karwij *Tuinbonen koriander, bonenkruid, piment, lavas en salie *Worteltjes peterselie, bieslook, salie en kruizemenut *Zuurkool jeneverbes, dille, basilicum, bonenkruid en kummel *Uien korianderzaad, majoraan, salie en komijn *Prei dillezaad, kummel, laurier, selderijblad en tijm *Groene / witte kool karwij, koriander, komijn, dille, mintblad en lavas *Asperge dille, majoraan, nootmuskaat en rozemarijn *Stampotten *Andijvie bieslook, peterselie en nootmuskaat *Boerenkool korianderzaad, oregano en kummel *Hutspot salie, pepermuntbald (bruine bonen) en boneruid *Zuurkool dillezaad, karwij, salie, ku Knoflook (-poeder en -zout) in pikante sausen bij vlees, wild, gevogelte en eieren, in rijsttafelgerechten, slasoorten, stokvis, goulash, spaghetti, in kruidenazijn. Kokskruiden in vleessausen en in vleesvulsel. Komijn of djinten in vlees- en visgerechten bij rijsttafel, in kaasgerechten, in kool, bij tomaten. Koriander (Coriandrum sativum) Van dit eenjarige kruid worden alleen de zaden gebruikt. Aanvankelijk hebben deze een onaangename geur, maar als ze goed rijp zijn komt er een lekkere anijsgeur voor in de plaats. De zaden worden fijngewreven en onder andere bij rijsttafels gebruikt, in mosterdzuur, gekruid gebak en in kruidenazijn Dit plantje wordt in april gezaaid op een zonnig, maar niet te droog plekje. We volstaan met uitdunnen van het teveel aan plantjes; verplanten lukt moeilijk. Koriander wordt maximaal 50 cm hoog en heeft witte tot roze bloemen in schermpjes. De zaadoogst vindt in augustus-september plaats. Koriander is een cultuurplant, die vermoedelijk oorspronkelijk uit het zuidwesten van Azi? afkomstig is. Ook deze tot de schermbloemfamilie behorende plant werd reeds in de oudheid (o.a. Egyptenaren) gekweekt. Kruiden drogen Kruiden droog je warm, donker en luchtig. Dat kan op een zolder en in een kelder met een verwarmingsketel. In een warmeluchtoven kan ook als je die niet hoger zet dan 40 graden en de ovendeur op een kier zet. Kruiden kun je ook fijnmalen , mengen met water en ze in een bakje voor ijsblokjes zetten. Als ze diepgevroren zijn, knijp je ze uit, je doet ze in een plasticzakje en steekt ze utieraard terug in de diepvries. Kruiden kan je in een in zakjes doen en in de diepvries steken maar dat neemt nogal veel plaats in beslag. Kruidnagel (-gruis) voor rund- en lamsvlees en sausen hiervoor, in rode kool, in gekruide puddingsausen en gekruide wijn, gebak, in zoetzuur, rolpens, kruidenazijn. Kruizemunt (Mentha spicata 'Crispa') De gewone munt, Mentha spicata, komt in het wild voor in Centraal- en Zuid-Europa. De blaadjes zijn kortgesteeld en iets gezaagd. De smaak is iets minder sterk dan van perpermunt en om die reden wordt munt veel minder gebruikt. Munt is een vaste plant, die zich door middel van vele uitlopers in korte tijd zeer sterk kan uitbreiden. Planten doen we in het voorjaar op een onderlinge afstand van 40 ? 50 cm. Zaaien kan ook, zowel in april in de koude bak als in mei buiten. Kruizemunt wijkt alleen door zijn gekroesde blaadjes van de gewone munt af. Te gebruiken in: (blaadjes vers of gedroogd) in slaatjes, in sausen bij vlees en aardappelen, in vruchtensla en -moes, in kruidenazijn, in pepermuntthee. Kurkuma (voornaamste bestanddeel van kerrie) in mosterdzuur. Laurier (Lau rus nobilis) laurierblaadjes worden in de keuken vrij veel gebruikt. Ze zijn natuurlijk in de winkel te koop, maar u kunt ook uw eigen laurierblaadjes kweken. De laurier is een groenblijvende heester, afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. In ons land is deze struik niet helemaal winterhard. Ze worden dan ook meestal als kuipplant gebruikt en in allerlei vormen geknipt. 's Zomers staan ze buiten en 's winters worden ze in een koele, maar vorstvrije ruimte overgehouden. Tegen een zuidmuur is het echter mogelijk een plant op te kweken. Aanvankelijk is hij erg vorstgevoelig, maar op oudere leeftijd is hij redelijk sterk. Lavas, Maggiplant (Levisticum officinale) Lavas is een sterk groeiende vaste plant met dubbel geveerde blaadjes die sterk naar maggi geuren. Het is een cultuurplant, ontstaan uit een soort die in Perzi? voorkwam. Vermoedelijk was deze plant reeds bij de Grieken in cultuur. In de zomer verschijnen geelgroene bloei schermen. Deze volkomen winterharde plant kan jaren achtereen op dezelfde plaats groeien. Er ontwikkelen zich vrij gemakkelijk jonge planten uit spontaan opgekomen zaden. Normaal wordt er in april-mei buiten uitgezaaid. Scheuren (in het vroege voorjaar) lukt ook uitstekend. De maggiplant houdt van een voedzame grond en verdraagt enige schaduw. Vanwege de grootte moet een plantafstand van zo'n 60 ? 70 cm worden aangehouden. Blad en stengel moeten geoogst worden v??r de plant in bloei raakt. In gedroogde staat behouden ze hun heerlijke sterke geur. De blaadjes worden ook vers gebruikt in soepen en sauzen en bij vleesgerechten. Te gebruiken in: (bladen en zaden, vers of gedroogd) in soepen, sausen, vleesgerechten, groenten, peulvruchten, in kruidenazijn en in inmaak in azijn. * Toekruid mag niet worden meegekookt. Lavendel (lavandule angustifolia) Lavendel hoort in elke kruidentuin thuis. De geurige bloemen worden namelijk druk bezocht door allerlei insekten. Het is een grijsachtige dwergstruik, afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. lavendel speelt een rol bij de zeep- en parfumfabricage. lavendels moeten op een zonnige plaats worden geplant. Ondanks hun voorliefde voor een kalkrijke grond, groeien ze ook op zure gronden redelijk. De blaadjes, die een bittere smaak hebben, worden alleen bij bepaalde visgerechten gebruikt. De bloemen kunnen gedroogd worden en die bloeitakjes kunnen bij het linnengoed worden gelegd voor de heerlijke geur. Van de gewone soort is een aantal dwergvormen bekend, die zowel voor de sier- als 'de kruidentuin van veel belang zijn. Zeer aan te bevelen zijn 'Munstead', 'Blue Dwarf' en 'Hidcote'. Daarnaast wordt er een witte en roze cultivar gekweekt. Jonge planten zijn het mooist. Regelmatig stekken is dan ook gewenst. Men neemt hielstekjes in september en oktober, die onder koud glas aan de wortel worden gebracht. Zaaien kan ook. Lepelblad (Cochlearia officinalis) Deze plant moet u niet verwarren met het zogenaamde lepeldiefje (CapselIa bursa-pastoris). Het lepelblad is een tweejarige plant, die pas in het jaar na het zaaien bloemen geeft. Die bloemen zijn wit van kleur. Daar uitsluitend de bladeren worden geoogst, kan deze kruisbloemige zowel een- als tweejarig worden gekweekt. Voor zomer- en najaarsgebruik zaait men vanaf februari tot in mei. Voor voorjaarsgebruik kan in augustus-september worden gezaaid. Een vochtige grond is voor het slagen van de cultuur een voorwaarde. De blaadjes, die enigszins naar mosterd smaken, worden gebruikt als toekruid in soepen, slaatjes en sauzen. Door koken verliest lepelblad geur en smaak. Lievevrouwebedstro (Galium odoratum) Deze soort, die vaak nog Asperula odorata wordt genoemd, is meer als tuinplant dan als kruidenplant bekend. Groeit het best op wat vochtige, enigszins beschaduwde plaatsen. Kan eenvoudig door scheuren worden vermeerderd. De bloei (kleine, witte bloempjes) vindt plaats in april. Het gebruik van dit plantje blijft beperkt tot enkele dranken, zoals in appelsap. Ook bij de bereiding van champagne, cognac en benedictine wordt lievevrouwebedstro gebruikt. Aanplanten in de kruidentuin heeft zeker zin, alleen al vanwege zijn sierwaarde. Vooral als randplantje is dit tot 25 cm hoge plantje zeer op z'n plaats. Cultuur in potten is ook mogelijk Maanzaad, Slaapbol (Papaver somniferum) Maanzaad of blauwmaanzaad is een landbouwgewas dat Mierikswortel (scherp van smaak) is een toekruid*. Geraspt bij worstjes en in sausen bij vlees- en visgerechten. In schijfjes inmaak in azijn en in kruidenazijn. Mierikswortel (Armoracia rusticana) De mierikswortel is een vaste plant uit de familie der kruisbloemigen. Het is een cultuurplant, ontstaan uit een soort die in Zuidoost-Europa in het wild voorkomt. Mierikswortel kan gemakkelijk 1 meter hoog worden als hij bloeit, maar die bloei blijft veelal achterwege. Geef hem echter toch maar voldoende ruimte; zo'n 50 cm onderlinge afstand heeft hij zeker nodig. De planten groeien het best in een diep losgemaakte, goed bemeste grond. Het zijn de wortels die voor de consumptie worden gebruikt; ze zijn zeer scherp van smaak. De wortels worden geraspt bij worstjes, rundvlees, in sla- en visgerechten en fondusaus, evenals in mayonaise gebruikt. In schijfjes inmaak in azijn en in kruidenazijn De beste manier om mierikswortel te vermeerderen, is door wortelstek. We kunnen deze stek zowel in na- als voorjaar nemen. Stukjes wortel van 5 cm of iets meer zetten we rechtovereind in de grond. Zeer spoedig ontwikkelen zich nieuwe spruiten. Deze jonge plantjes kunnen vrij spoedig op hun definitieve plaats worden uitgeplant. De wortels lopen zo gemakkelijk uit, dat bij het eventueel rooien van planten alle wortels zo zorgvuldig mogelijk moeten worden verwijderd. Mosterd (Sinapis alba) Mosterd is een overbekende plant, die zo'n 60 cm hoog kan worden en in de zomer met gele bloemen bloeit. Hij geniet bekendheid als bijenplant. . Zaaien doen we in de periode maart-mei op rijen (rijafstand 35 cm). Eventueel de planten tijdig uitdunnen op 15 ? 20 cm. Jonge blaadjes worden in verse toestand gebruikt bij salades en gekookte eieren. Ze hebben een zeer pikante smaak. De zaden kunnen in augustus worden geoogst. Ze worden voornamelijk gebruikt bij het inleggen van augurken. Te gebruiken bij: in mosterdsaus, slasaus en mayonaise, in tafelzuur, bij stokvis, bij bitterballen, kroketten enz., in chutney. Munt, Witte Munt (Mentha rotundifolia) Het aantal muntsoorten is erg groot. Pepermunt is voor de kruidentuin veruit de belangrijkste met kruizemunt op een goede tweede plaats. In het wild vinden we in ons land op vele plaatsen, speciaal op vochtige, de watermunt (Mentha aquatica). De geur van deze soort is bijzonder sterk. De bloeiwijze is bolvormig, dit in tegenstelling tot de meeste andere muntsoorten. Als u een drassig plekje in uw kruidentuin heeft moet u deze soort zeker proberen. Van een heel ander kaliber is de witte munt (Mentha rotundifolia), die op de foto staat afgebeeld. Deze muntsoort komt in Zuid-Limburg voor en heeft sterk wollig behaarde bladeren. Muntsoorten kruisen onderling zeer gemakkelijk, zodat er meerdere hybriden bekend zijn. Nootmuskaat (bestanddeel van koek- en speculaaskruiden) in lichte soepen en sausen, in aardappelpuree, in gehakt, in eiergerechten, over groenten, in gebak. Origano (verwant aan marjolein; de latijnse naam van marjolein is origanum majorana) (bestanddeel van chilipoeder) gebruikt voor pizza en voor tomatengerechten. (Zie verder marjolein.) Paprikapoeder in soepen, sausen, vlees-, vis- en eiergerechten, spaghetti en dergelijke deegwaren, als garnering. Zgn. rozenpaprika is vrij scherp. Peper is in vrijwel ieder gerecht te gebruiken dat pittig van smaak moet zijn. Peperkorrels aftrekken in bouillon, soepen en sausen, in jus, vlees- en visgerechten, in inmaak in azijn. I Pepermunt (Mentha x piperita) Pepermunt is een vrij sterk voortwoekerende plant, die erg gemakkelijk door uitlopers kan worden vermeerderd. Die uitlopers planten we in april uit op een afstand van minstens 50 x 50 cm. De planten kunnen 4 tot 5 jaar op dezelfde plaats blijven staan voordat ze opnieuw moeten worden verjongd. Pepermunt verdraagt een licht beschaduwde standplaats. Pepermunt groeit het best op een vochtige grond, wat niet zo verwonderlijk is, want deze soort is ontstaan uit Mentha aquatica, de inlandse watermunt en Mentha spicata. Bij zeer strenge vorst kan een licht strodek aanbeveling verdienen. In de zomerperiode bloeit pepermunt met kleine, licht violetblauwe bloempjes, die veelbloemige schijnkransen vormen. De maximale hoogte van deze plant bedraagt ongeveer 75 cm. Pepermunt wordt gebruikt als toekruid in sauzen voor vleesgerechten. Bekend is ook pepermuntthee en het vormt tevens een belangrijk onderdeel van de zgn. kruidenazijn. Mentha x piperita is al heel lang bekend. In Egypte werd het reeds 1500 jaar voor Christus gekweekt. In de middeleeuwen kwam het in elke kloostertuin voor. Uit de blaadjes kan olie worden geperst, die samen met suiker de bekende pepermuntjes oplevert. Peterselie (Petroselinum crispum) Samen met selderij behoort peterselie tot de bekendste keukenkruiden. Het wordt dan ook door veel amateur-tuinders, ook door degenen die geen 'echte' kruidentuin willen aanleggen, gekweekt. Evenals van selderij kiemen de zaden van peterseli~ als regel erg langzaam. Een maand (of nog langer) na het zaaien komen de plantjes soms pas boven de grond. Om de kieming te bevorderen, wordt het zaad wel enige dagen voor het zaaien gemengd met vochtig zand. Na het zaad licht te hebben ondergewerkt en de grond goed te hebben aangedrukt, is flink gieten noodzakelijk. Dit zal enige malen herhaald moeten worden als regen uitblijft. Het zaaien kan gebeuren in de periode maart-augustus. Op deze wijze kan men steeds over jong blad beschikken. De plantjes hebben een ruimte van 10 ? 15 cm in het vierkant nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Als men niet te diep terugsnijdt, loopt de peterselie steeds opnieuw uit. Peterselie gedijt het best in een vochtige en vooral voedzame grond. Het kweken in een koude bak of eventueel onder een plastic kw'eekkapje verlengt de groei periode in het najaar en vervroegt de groei in het voorjaar. 's Winters kunnen laat in de pot gezaaide planten in huis op een koele en zeer lichte plaats aan de groei worden gehouden. We onderscheiden gewone en krulpeterselie (ook voor garnering). Deze laatste is wat zwakker en kan met name in de winter last hebben van vorst. Peterselie is eigenlijk een tweejarige plant, maar hij wordt als regel eenjarig gekweekt. Te gebruiken in en bij: (blaadjes en steeltjes, vers of gedroogd) bij voorkeur gebruiken als vers toekruid*. Wordt uitgebreid toegepast b.v. als aftreksel in bouillon, fijngesneden door groente als doperwten en wortel. tjes, als garnering over warme of koude gerechten en ook als takjes of in toefjes naast vlees-, vis- of eierschotels. Gebakken peterselie bij kroketten e.d. Pijpkaneel aftrekken in puddingsausen, zoete soepen en gekruide wijn. Piment of all spice of nagelpeper (smaakt als een mengsel van kaneel, nootmuskaat, kruidnagel en peper; het is een bestanddeel van vlees- en koekkruiden) in slasaus, barbecuesaus, minestrone, appelvulsel, mosterdzuur. Pimpernel (Sanguisorba minor) Pimpernel is een sterke vaste plant, die graag op een droge, kalkrijke en lichte grond groeit. In de zomer verschijnen er rozegekleurde bloeiaren die kort en gedrongen zijn. Pimpernel kan het best als plant worden gekocht, hoewel hij ook uit zaad kan worden opgekweekt. De planten laten zich erg gemakkelijk scheuren. De jonge blaadjes worden geoogst en vanwege hun komkommerachtige smaak in bruine sausen en soepen, in slaatjes, vleesgerechten, vooral van schapenvlees, in vis- en eiergerechten, inmaak in azijn, kruidenazijn. Rozemarijn (Rosmarinus officinalis) Iedereen kent deze - hier niet helemaal winterharde - groenblijvende struik uit Zuid-Europa. Het is een welkome gast in de kruidentuin vanwege zijn sierwaarde. De kleine lipbloempjes zijn lichtblauw. De planten kunnen in ons klimaat tot 75 ? 100 cm hoog worden. Een zonnige standplaats en eventueel bij voorkeur een kalkrijke grond zijn ideale groeiomstandigheden. De vermeerdering vindt plaats door scheurstekjes, die in september-oktober in een koude bak aan de wortel kunnen worden gebracht. Misschien kunt u de planten het best in flinke potten kweken en die in de winter op een lichte, koele plaats vrij droog overhouden. Rozemarijnolie wordt gebruikt in de zeep- en parfumindustrie, en voor het kruiden van schape- en varkensvlees en gekookte vis. Ook kan het aan vruchtenbowl worden toegevoegd. Saffraan (stempels van een krokussoort) in melkdranken, rijstebrij, risotto, bouillabaisse. Salie Salie maakt vet vlees beter verteerbaar, en saliethee na het eten zorgt voor een betere spijsvertering Selderij (Apium graveolens) Op deze plaats houden we ons uitsluitend b~zig met de cultuur van snijselderij. Zowel knol- als bleekselderij komen in andere delen van dit boek ter sprake. Snijselderij wordt in de periode maart-juli gezaaid. Het betrekkelijk fijne zaad moet licht worden ingewerkt en stevig worden aangedrukt. De kieming verloopt steeds erg traag. Een kiemingsduur van drie of zelfs vier weken is geen uitzondering. Als het gewas ongeveer 15 cm hoog is, kan met oogsten worden begonnen. De plant loopt, als tenminste niet extreem diep wordt gesneden, gemakkelijk opnieuw uit. Laat gezaaide selderij kan onder enige bedekking de winter goeddoorstaan. In het vroege voorjaar kan er dan weer van geoogst worden. Ook zaait men wel in augustus in potten, die in oktober worden binnengehaald en op een lichte, koele plaats in huis worden neergezet. Oogst in de winterperiode is dan mogelijk. Selderij houdt van een zware grond. Op lichte gronden is voldoende organische mest noodzakelijk. Tegen droogte is deze oude cultuurplant vrij slecht bestand. Dus regelmatig water geven bij aanhoudende droogte. Selderij wordt in de keuken voor velerlei doeleinden gebruikt en is dan ook in de kruidentuin (of moestuin) absoluut onmisbaar o.a. bij: in slaatjes, soepen en sausen. Selderijzout vervangingsmiddel van selderij. Spaanse peper of lombok (bestanddeel van sambals) pikante soepen en sausen, rijsttafelgerechten, inmaak in azijn. Tijm (Thymus vulgaris) De cultuur van tijm werd al in de oudheid door de Grieken bedreven, maar ook nu nog is het een zeer geliefd gewas. Thymus vulgaris is een laag wintergroen struikje, dat thuishoort in de landen rond de Middellandse Zee. Tijm is niet alleen te gebruiken in de kruidentuin, ook als sierheestertje (:t 30 ? 40 cm hoog) slaat het een goed figuur. De bolvormige groei en de heerlijke aromatische geur staan daar garant voor. De bloei - lichtlila lipbloempjes in schijnaren - stelt weinig voor. In de keuken wordt tijm (vooral de toppen van de jonge scheuten) gebruikt in soepen, sauzen en bij vlees- en visgerechten. Tijm kan goed gedroogd worden en behoudt dan zijn smaak. Behalve als keukenkruid wordttijm ook gebruikt als geneesmiddel. Tijmsiroop is in apotheken verkrijgbaar en heeft een uitstekende werking tegen hoesten. Tijmplanten groeien het best op zonnige plaatsen. De grond wordt door tijm snel uitgeput, zodat regelmatig verplanten noodzakelijk is. Tijm kan in het voorjaar buiten worden uitgezaaid (april-mei). Men onderscheidt wel de zwakkere, maar sterk aromatische Franse tijm en de grovere en sterkere Duitse tijm. U kunt ook erg goed planten kopen die door vaste-plantenkwekers zijn gekweekt. In tuincentra zijn ze vaak te koop. Zulke planten kunnen door scheuren, stekken (hielstekjes in oktober onder koud glas) en aanaarden worden vermeerderd. Regelmatig verjongen van tijmplanten is noodzakelijk, want op den duur worden ze wel erg houtig. Te gebruiken bij: (blaadjes en stengeltoppen, vers of gedroogd) in gekruide bouillon, in sausen en soepen, in vlees-, eier- en tomatengerechten. Uienpoeder en -zout vervangingsmiddel van uien. Venkel (Foeniculum vulgare) Venkel is een fraaie plant, afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied. In onze streken is de eenjarige cultuur aan te bevelen. Venkel is nauw verwant met dille. Zaaien doen we eind maart-begin april, op een zonnige plaats en in diep losgemaakte grond. Een onderlinge afstand van de plantjes van minstens 30 cm is noodzakelijk, want deze vlotte groeier haalt algauw 100 cm en zelfs meer. Men onderscheidt wel bittere en zoete venkel. Deze laatste is te beschouwen als een veredeling van de gewone soort. De smaak is wat zachter en dus aangenamer. De cultuurwijze verschilt hoegenaamd niet. Van venkel gebruiken we zowel de blaadjes (kip-, eier- en visgerechten en verschillende groenten en slasausen) als de zaden (in zuurkool en bij het inleggen van augurken en uitjes, voor inmaak in azijn en kruidenazijn). Wijnruit (Ruta graveolens) Deze aan de basis op den duur enigszins houtige vaste plant bewoont de zonnige rotshellingen van het Middellandse-Zeegebied. De naam graveolens betekent 'onaangenaam riekend' en inderdaad verspreidt deze plant een nare geur. De fraai gevormde blaadjes zijn grijsgroen. De bloeiwijze - een tuil - is bijzonder fraai en bestaat uit vier- en vijftallige geelgroene bloemetjes. Ruta graveolens, die tot 60 ? 70 cm hoog kan worden, is een sierraad Ivoor de tuin. Zaaien kan in het voorjaar worden toegepast, maar de planten zorgen vaak zelf wel voor generatieve voortplanting. Scheuren lukt ook, maar de planten laten zich moeilijk delen. De betekenis van wijnruit als keukenkruid is zeer gering. In sommige soep- en vleesgerechten kan het jonge blad in zeer kleine hoeveelheden worden toegepast. Wilde Marjolein, Oregano (Origanum vulgare) Deze vaste plant heeft een veel sterker aroma dan de echte marjolein. Hij kan 50 ? 60 cm hoog worden en bloeit met lila-roze tot vuilwitte bloempjes. De planten kunnen gemakkelijk door scheuren worden vermeerderd. Oregano wordt, vanwege zijn sterke smaak, vooral bij Spaanse en Italiaanse spijzen toegepast, maar ook wel bij vis, kalfs- en varkensvlees. Een bijzondere eigenschap van marjolein is het zeer hoge suikergehalte van de nectar in de bloemen. Het suikergehalte is wel meer dan 70% en dat is in vergelijking met andere planten extreem veel. Het is dan ook niet zo vreemd dat het bijen bezoek en het bezoek van andere insekten (vooral hommels) erg groot is. Winterbonenkruid (Satureja montana) Naast de eenjarige soort Satureja hortensis is er ook een overblijvende soort, winterbonenkruid genoemd. Van dit enigszins heesterachtige plantje kan ook in de winterperiode worden geoogst. Kalkrijke bodem is, evenals zon, voor deze Satureja erg belangrijk. De smaak van overjarig bonenkruid wordt door kenners minder gewaardeerd. De vermeerdering van deze soort vindt plaats door zaaien en scheuren, hoewel stekken ook wel lukt. Winterkers (Barbarea vulgaris) Winterkers komt in de gehele wereld voor en moet op voldoende vochtige plaatsen worden gekweekt. De smaak komt enigszins overeen met die van waterkers, maar is aanmerkelijk bitterder. De blaadjes worden wel samen met spinazie gekookt en gegeten. Zaaien doen we in april op een vochtige plaats. Uitdunnen op een onderlinge afstand van 25 cm. Winterkers is eigenlijk een vaste plant, maar wordt bij ons elk jaar opnieuw gezaaid. Zuring (Rumexacetosa) De zuring van ons kruidentuintje is een cultuurvorm van de gewone wilde zuring. De bladeren zijn groter, dikker en breder. De planten zijn eenvoudig door scheuren te vermeerderen. We doen dat bij voorkeur in het vroege voorjaar. Een plantafstand van +/- 25 cm is noodzakelijk. Zuring kan ook uit zaad worden opgekweekt (zaaien in april op regels die 30 cm van elkaar liggen), maar deze zaaizuring schiet gemakkelijk door. De bloeistengels moeten regelmatig worden weggesneden. Zuring houdt van een goed bemeste grond en gedijt ook in de schaduw; dit laatste gaat wel ten koste van het zuurgehalte. Jonge zuringblaadjes worden wel in sla verwerkt. Zuringpap was in Gelderland een bekende en geliefde kost. ![]() |
Advertenties
|